Lara Taveirne

(36) Brugse schrijfster van Kerhofblommestraat 

OPGEGROEID MET BROERS EN ZUSSEN IN HET HISTORISCH CENTRUM, KENT LARA TAVEIRNE BRUGGE ALS HAAR BROEKZAK. SINDSKORT DURFT ZE ZICHZELF SCHRIJFSTER TE NOEMEN, DOCENT WAS ZE AL LANGER. VORIG JAAR KWAM HAAR DERDE BOEK ‘KERKHOFBLOMMENSTRAAT’ UIT DAT ZICH AFSPEELT ROND DE BRUGSE BEGRAAFPLAATS. WIJ WILLEN MEER WETEN. 

Vertel eens wat meer over jezelf, wie ben je en wat doe je? Ik ben 36 jaar, werk als docent toneel, voordracht en schrijven. Sa- men met mijn man en kinderen woon ik in een sluiswachterswoning een eind buiten Brugge. Na een omweg via het theater ver- scheen in 2014 mijn debuut, De Kinderen van Calais. Nu, twee boeken later, durf ik mezelf schrijver te noemen.

Op welke manier leeft Brugge door in wat je schrijft? Wat is de invloed van de stad op je werk? Kerkhofblommenstraat, speelt zich af op en rond de Brugse begraafplaats in Assebroek. Mijn grootouders woonden er om de hoek. Samen met mijn broers, zus- sen en nichten heb ik er veel tijd doorge- bracht. Verstoppertje spelen tussen de gra- ven, verspringen in de put van de verslenste bloemkransen. Die sfeer heb ik verwerkt in het boek. Het verhaal speelt zich af in 1929. Zo ben ik teruggekeerd naar een Brugge van lang voor ik er was. Dat vind ik het mooiste aan onze stad, dat je zonder al teveel moeite terug kan keren in de tijd. Het decor van de geschiedenis is nog zeer leesbaar.

Brugge wordt door veel mensen gezien als een openluchtmuseum. Hoe zie jij dat? Wat is er voor jou wél authentiek aan leven in Brugge?

Samen met mijn broers en zussen ben ik opgegroeid in het historisch centrum. Elke dag na het avondeten maakten we een wandeling met onze ou- ders. Overdag waren de straten en pleinen overvol. Tussen de toeristen door etsen lukte alleen als je de hele tijd met je etsbel rinkelde, maar na acht uur ’s avonds was de stad weer Brugge die Stille. Nu doen ze er alles aan om de stad te laten bruisen en dat is gelukt. Uiteraard is dat een goeie evolutie, vooral de Triënnale en het toegankelijk maken van de reien voor zwemmers vind ik geweldig. En toch moet ik bekennen dat ik het soms mis, het bizarre doodse karakter dat Rodenbach zo mooi beschreef in Bruges La Morte.

Welke verborgen plekken kun je onze le- zers aanraden? Waar kom je tot rust?

In het Sint-Annakwartier, een rustige volkswijk met arbeidershuisjes. De oosters aandoende Jeruzalemkerk gaf me als kind het gevoel in een ver exotisch land te zijn beland. In dit kwartier ligt ook Hemelrijk, de mooiste straat van Brugge. In de volksmond werd Hemelrijk vroeger het moordenaarsstraatje genoemd, omdat de straat zo afgelegen was en er ook geen straatlantaarns stonden. Dat vind ik mooi, want waar ongezien kan ge- moord worden, daar kan ook ongezien gekust worden. 

Lara Taveirne