Arne Deforce is een grote naam in het internationale muziekcircuit, al zal u hem niet meteen op Studio Brussel horen. Als cellist concentreert hij zich vooral op het hedendaagse solo- en kamermuziekrepertoire, met een voorkeur voor zogenaamd ‘onspeelbare’ werken, elektronische toepassingen en experimentele improvisaties met beeld en geluid. Hij studeerde hedendaagse muziek, cello en kamermuziek aan het Koninklijk Conservatorium van Gent en Brussel. Zijn eerste muzikale stappen zette hij aan het conservatorium van Brugge waar zijn moeder lesgaf. Hij woont nu in Jabbeke en heeft een nauwe band met het Concertgebouw Brugge.
Professioneel cellist, hoe moeten we dat precies zien?
Als uitvoerder functioneer je op drie verschillende manieren. Ten eerste als solist. Ik doe vaak projecten waar ik alleen speel, al dan niet begeleid met elektronica of piano. Dan zijn er ook nog de hedendaagse muziekensembles als
“Champ d’Action” of het
Ictus Ensemble waarmee ik op regelmatige basis mee samenspeel. Dat zijn ensembles van 10 tot 15 muzikanten. Recentelijk wordt ik daar ook al eens als dirigent gevraagd, iets waar ik me de laatste jaren begin in te verdiepen. Tot slot wordt ik ook soms gevraagd als solist in celloconcerto’s met orkesten, maar dat is eerder uitzonderlijk. Zo speelde ik een mooie productie in het Concertgebouw: het cello concerto van
Bernd Alois Zimmerman met een choreografie van
Arco Renz.
Bent u van Brugge?
Brugge is een stad die ik al zeer lang ken en onlosmakelijk verbonden is met mijn jeugd en opleiding. Maar ik ben geboren in Oostende. Mijn ouders verhuisden al snel naar Jabbeke en vanaf dan speelde alles zich af in Brugge. Aan het conservatorium van Brugge zette ik ook mijn eerste stappen in de muziek en ontdekte ik al vlug dat ik muzikant wilde worden. Later ben ik naar Brussel en Gent getrokken voor hogere studies en een klassieke opleiding aan het
Koninklijk Muziek Conservatorium.
Hoe is die muzikale fascinatie ontstaan?
In het ouderlijk nest. Mijn ouders waren beiden erg gefascineerd door klassieke muziek en kunst. Mijn vader was actief in de wereld van design, architectuur en schilderkunst. Mijn moeder was pianiste. Ze gaf ook les aan het conservatorium. Zo ben ik opgegroeid met muziek in de meest brede zin van het woord. Die passie voor muziek heb ik ook altijd gekoppeld aan een passie voor hedendaagse kunst. Dankzij de creativiteit die in de jaren ’60 centraal stond, heb ik de zin voor experiment als kind onbewust meegekregen. Dat verklaart ook voor een deel mijn interesse in muziek van de tweede helft van de twintigste eeuw.
Hoe zette u de stap naar professioneel muzikant?
Zeer snel en beslist toen ik op mijn zeventiende een televisie uitzending van de Elisabeth wedstrijd met violist
Peter Zazofski zag. Hij speelde het 2de concerto van
Bella Bartok, muziek uit begin twintigste eeuw. Dat was voor mij zo’n grote revelatie dat het een vonk in mij wakker maakte. Ik wist onmiddellijk, dat ga ik doen, dat wordt mijn leven. Dat Zazofski was een violist was deed er niet toe, het ging hem over zijn manier van musiceren en vertolken. Dan kwam ook nog pianist
Glenn Gould, ook hij was één van die kunstenaars die de inspiratie in mij wakker maakten.
Ik neem aan dat u vaak reist in functie van uw beroep?
Dat klopt. Je moet weten dat de hedendaagse muziek scene zich vooral afspeelt in een internationaal netwerk van gespecialiseerde festivals. In Europa is dat een beetje overal rond. Zo ben ik net terug van
Bratislava, maar ik ga ook vaak naar
Madrid, Spanje, Parijs, Strasburg, Amsterdam of Berlijn. Zowat alle grote steden zeg maar. Ook in
Japan & Brazilië speel ik soms, zij het minder frequent. Die Europese festivals duren meestal zo’n drie weken. De top van de hedendaagse muziekcomponisten komt er samen om muziek uit te voeren. Ik heb het geluk gehad om daar ooit geïnviteerd te worden en zodat ik nu als uitvoerder meedraai in dat circuit.
Hoe zie je dan Brugge tegenover die andere Europese steden?
Als een historische stad met een museaal karakter. Daarom ben ik blij dat het Concertgebouw er gekomen is. Het brengt vernieuwing in de stad, wat de creativiteit bevordert. Ik denk maar aan de jazzscene van de Werf, het brede programma van het Concertgebouw op zeer hoog niveau, het
December Dance festival die nu zeer sterk hard aan het groeien is. Dat geeft wel een positieve impuls aan de historische stad. Maar er is nog veel werk aan de winkel wil Brugge ook het hedendaagse denken en voelen, dat creatieve processen bevordert, verder stimuleren en ontwikkelen. Zo zou het niet misstaan om in het kader van die dynamiek een Museum voor Hedendaagse Kunst in de stad te hebben om zo opnieuw de dialoog tussen historiek en vernieuwing te bevorderen. Ik ben ook van mening dat historiek en musea veel meer betekenis krijgen als je ze plaatst in de context van de hedendaagse internationale culturele scene. Daar kan de stad haar potentieel zeker nog veel meer ontginnen.
Was de Artist in Residence bij het Concertgebouw Brugge een springplank voor u?
Zeer zeker. Het is altijd goed om een thuisbasis te hebben waarmee je een vertrouwensrelatie hebt en dingen kunt opbouwen. Het heeft mij ook af en toe geholpen in het aanbrengen van projecten naar internationale festivals toe. Ik heb voor het Concertgebouw Brugge een aantal producties gedaan die ik ook in het buitenland heb kunnen uitdragen. En één van de meerwaarden is dat ik door Brugge een samenwerking heb kunnen opbouwen met een cd label
AEON in Parijs waarmee ik nu intussen mijn derde cd opgenomen heb in het Concertgebouw. Binnenkort komt er een vierde aan. Het zijn exclusieve programma’s die door dat internationale label netwerk een extra uistraling krijgen.
Naar verluidt werden ze erg goed onthaald in het buitenland. Waar kunnen we ze hier vinden?
In de gespecialiseerde pers kreeg mijn laatste cd zeer positieve reacties en vijf sterren recensies. Die hoge quoteringen steken een hart onder de riem. Mijn cd’s zijn te vinden in alle reguliere shops zoals de
Fnac en
Rombaux in Brugge, maar je kan ze ook bestellen via het internet.
Waar vinden we Arne Deforce in Brugge als hij niet aan het werk is?
Waar ik graag eens een tussenstop maak om iets te eten, dat is
Brasserie Raymond en voor de rest het concertgebouw café, waar ik regelmatig overdag zit of na de concerten.
www.arnedeforce.be
CD’s
Jonathan Harvey, Advaya MEGADISC
Giacinto Scelsi, Les trois stades de l’homme, AEON
Morton Feldman, Cello works, AEON
Interview: Wouter Vanhoutte